RideM /raɪd əm/ helpt motorrijders met onafhankelijke informatie, achtergrond en praktische antwoorden op de vragen die ertoe doen.

Je motor staat waarschijnlijk niet goed afgesteld op jouw lichaam

Je motor komt af fabriek niet op jouw lichaam afgesteld. Met een paar kleine aanpassingen aan stuur, hendels, pedalen en zadel kun je vaak veel winnen.

Als je een auto instapt, zet je eerst de stoel goed. Daarna het stuur en de spiegels. Niemand verwacht dat de fabrieksstand toevallig perfect past. Op een motor doen we dat opvallend vaak wel: ophalen bij de dealer, opstappen en vervolgens jarenlang rijden met stuur, hendels en pedalen zoals ze bij de montage zijn vastgezet.

Dat is vreemd als je bedenkt dat dezelfde motor wordt verkocht aan iemand van 1,65 meter én aan iemand van 1,95 meter. Die kunnen onmogelijk allebei exact dezelfde ideale zithouding hebben. Toch weten veel motorrijders niet hoeveel er gewoon af fabriek al verstelbaar is.

Het gaat bovendien niet alleen om comfort. Als de bediening goed op jouw lichaam staat, hoef je minder te zoeken met handen en voeten en maak je minder rare bewegingen. Vooral bij een nieuwe motor loont het dus om niet alleen spiegels en bandenspanning te controleren, maar de motor ook echt op jezelf af te stellen.

Kijk eerst naar het geheel

Zadel, stuur en voetsteunen bepalen samen hoe je op een motor zit. Verander je één van die drie, dan verandert de rest mee. Een hoger zadel geeft bijvoorbeeld meer kniehoek, terwijl een stuur dat iets naar je toe komt de belasting op armen en schouders kan verminderen.

Ga daarom eerst gewoon op de motor zitten zoals je rijdt. Voeten op de steunen, handen losjes op het stuur. Je armen moeten ontspannen kunnen blijven en je wilt jezelf niet aan het stuur optrekken of er juist zwaar op leunen. Bij een sportmotor zit je natuurlijk verder voorover dan op een allroad, maar geforceerd hoeft het nergens te voelen.

Begin bij rem- en koppelingshendel

Kijk naar je polsen terwijl je naar de hendels reikt. Moet je je hand duidelijk omhoog of omlaag knikken om te remmen of te koppelen, dan is er vaak winst te halen.

Bij veel motoren kunnen de complete hendelhouders een stukje rond het stuur worden gedraaid. Daarmee zet je de hendel hoger of lager. Een bruikbaar uitgangspunt is dat onderarm, pols en vingers tijdens het bedienen zoveel mogelijk in één natuurlijke lijn blijven.

Bij veel moderne motoren is daarnaast de afstand tussen hendel en handvat verstelbaar met een genummerd wieltje. Kleine handen? Dan kan de hendel dichterbij prettig zijn. Lange vingers? Dan voelt wat meer afstand soms juist beter.

Let wel op het verschil met technische afstellingen. Het aangrijppunt, de vrije slag van een kabel en de werking van rem of koppeling moeten binnen de voorschriften van de fabrikant blijven. Voor ergonomie wil je vooral de stand en reikwijdte van de hendel aanpassen.

Ook het stuur hoeft niet te blijven staan zoals het uit de krat kwam

Bij een traditioneel buisstuur kun je het stuur vaak iets voor- of achterover draaien in de klemmen. Sommige motoren hebben zelfs meerdere montageposities voor de stuurklemmen.

Een kleine draai lijkt weinig, maar aan de uiteinden van een breed stuur merk je dat behoorlijk. Je verandert hoe ver je moet reiken en tegelijk ook de hoek van polsen en ellebogen. Lange armen vragen soms om iets meer afstand; een kleinere rijder kan juist baat hebben bij een stuur dat wat dichter naar hem of haar toe komt.

Na zo’n aanpassing moet het stuur volledig naar links en rechts kunnen draaien zonder dat kabels, remleidingen of hendels op spanning komen of ergens tegenaan lopen. De gaskabel mag bijvoorbeeld nooit strakker worden doordat je de stuurstand hebt veranderd.

Het schakelpedaal is geen gegeven

Veel motorrijders accepteren jarenlang dat ze hun voet opvallend ver moeten optillen om op te schakelen, of juist met hun tenen naar beneden moeten zoeken voor een terugschakeling. Dat hoeft lang niet altijd.

De hoogte van het schakelpedaal is op veel motoren verstelbaar via de schakelstang of de positie van het pedaal op een vertande as. Welke stand prettig is, hangt onder meer af van je schoenmaat en je laarzen. Een dikke adventurelaars vraagt simpelweg meer ruimte dan een dunne sportlaars.

Het doel is eenvoudig: je moet vanuit je normale voetpositie kunnen schakelen zonder je hele been te verplaatsen of je enkel in een extreme hoek te zetten. Met een quickshifter merk je een verkeerde pedaalhoogte vaak extra snel, omdat juist het gemak van snel schakelen verdwijnt als je eerst naar het pedaal moet zoeken.

Het achterrempedaal kan vaak ook beter

Aan de rechterkant geldt hetzelfde. Op veel motoren is de hoogte van het achterrempedaal aan te passen. Dat is vooral prettig als je je voet steeds moet optillen om bij de rem te komen, of juist voortdurend moet opletten dat je er niet ongemerkt op rust.

Hier wordt het wel technischer. Een aanpassing kan invloed hebben op de vrije slag en soms ook op de remlichtschakelaar. Die moeten daarna correct blijven werken. Raadpleeg dus de handleiding en laat het bij twijfel door een dealer of monteur doen.

Voetsteunen en zadel veranderen meer dan je denkt

Op sommige motoren kunnen de voetsteunen zelf in meerdere posities worden gemonteerd. Dat zie je vooral bij allroads en sportieve modellen. Lagere steunen geven een ruimere kniehoek, maar kunnen ten koste gaan van grondspeling. Hogere of verder naar achter geplaatste steunen doen het tegenovergestelde.

Ook het zadel heeft meer invloed dan alleen de vraag of je met beide voeten bij de grond komt. Een lager zadel maakt de kniehoek juist kleiner. Voor een lange rijder kan een hoger zadel daarom veel prettiger zijn. Sommige motoren laten zelfs toe dat voor- en achterkant van het zadel afzonderlijk worden ingesteld, waardoor ook de hellingshoek verandert.

Ben je vooral op zoek naar een motor waarop je makkelijker bij de grond komt, dan helpt onze gids over motoren voor kleinere rijders je verder. Maar onderschat niet hoeveel je met de standaardafstelling al kunt winnen.

Gebruik veervoorspanning niet als stoelverstelling

De vering bepaalt mede hoe hoog de motor staat zodra jij erop zit. Met meer of minder veervoorspanning verandert hoeveel de motor onder gewicht inzakt. Toch is die instelling niet bedoeld als alternatieve zithoogteverstelling.

De voorspanning moet in de eerste plaats passen bij het gewicht van rijder, passagier en bagage. Alles slap draaien omdat je dan makkelijker met je voeten bij de grond komt, kan de geometrie en het rijgedrag beïnvloeden.

Een echte verlagingsset gaat nog verder. Die kan voor kleinere rijders een prima oplossing zijn, maar verandert vaak ook grondspeling, vering en soms de stand van zij- of middenbok. Dat is dus iets anders dan een hendel of pedaal een paar millimeter verzetten.

Zo pak je het aan

  1. Zet zadel en eventueel verstelbare voetsteunen eerst in een logische positie voor jouw lengte.
  2. Kijk daarna naar de stand van het stuur en of je armen ontspannen blijven.
  3. Stel rem- en koppelingshendel af op de natuurlijke lijn van onderarm en pols.
  4. Pas vervolgens schakel- en achterrempedaal aan op je normale voetpositie.
  5. Controleer daarna altijd of kabels, leidingen, remlichtschakelaar en bediening nog volledig vrij werken.
  6. Maak een proefrit en verander hooguit één ding tegelijk.

Een paar millimeter kan op een motor verrassend veel verschil maken. Wat in de garage logisch voelt, kan na een halfuur rijden juist minder prettig blijken. Daarom werkt klein aanpassen, rijden en opnieuw voelen beter dan alles in één keer verzetten.

En dat is misschien wel de belangrijkste boodschap: een motor is ergonomisch veel minder een vast pakket dan hij lijkt. Soms hoef je helemaal niets te kopen om hem beter bij je te laten passen. Je moet alleen weten waar je kunt beginnen.

Gerelateerde artikelen