De vergelijking ligt inmiddels zo voor de hand dat hij bijna lui begint te worden. Lucas Coenen is negentien jaar, absurd snel, uitzonderlijk goed in het zand en kon in zijn eerste volledige jaren tussen de wereldtop al wedstrijden controleren alsof hij er veel langer rondrijdt. Bovendien vocht hij als achttienjarige al om de wereldtitel in MXGP. Als er ergens een nieuwe Jeffrey Herlings rondrijdt, zou je zeggen dat hij op een KTM met nummer 5 zit.
Alleen klopt dat beeld maar gedeeltelijk. Leg je de carrières van Coenen en Herlings werkelijk naast elkaar, dan blijkt vooral hoe uitzonderlijk ze allebei zijn en hoe verschillend de route naar de wereldtop is. De jonge Herlings was in de lichte klasse nog dominanter dan Coenen ooit is geweest, terwijl Coenen juist veel eerder bewijst dat hij ook op een 450 tot de absolute wereldtop behoort. Misschien zoeken we daarom naar de verkeerde overeenkomst.
| Lucas Coenen | Jeffrey Herlings | |
|---|---|---|
| Geboren | 9 november 2006 | 12 september 1994 |
| Eerste GP-zege | 16 jaar | 15 jaar |
| WK-titels vóór 20e verjaardag | 0 tot nu toe | 2 |
| GP-zeges vóór 19e verjaardag | 10 MX2-zeges | meer dan 30 |
| Eerste volledige MXGP-seizoen | 2025, 18 jaar | 2017, 22 jaar |
| Resultaat eerste MXGP-seizoen | 2e in WK | 2e in WK |
| GP-zeges eerste MXGP-seizoen | 6 | 6 |
De jonge Herlings was eigenlijk nóg extremer
Wie Jeffrey Herlings vooral kent als de dertiger die ondanks een bijna onwaarschijnlijk lange lijst blessures nog altijd GP’s wint, vergeet gemakkelijk hoe buitensporig zijn eerste jaren waren. Herlings debuteerde in 2010 als vijftienjarige in het WK MX2 en won kort daarna in Valkenswaard al zijn eerste Grand Prix. Een jaar later vocht hij met Ken Roczen om de wereldtitel, in 2012 werd hij op zijn zeventiende wereldkampioen en in 2013 deed hij het nog eens dunnetjes over.
Vooral dat seizoen 2013 plaatst iedere vergelijking met een jong talent onmiddellijk in perspectief. De toen achttienjarige Herlings won vijftien Grand Prix’ en begon het jaar met veertien GP-overwinningen op rij. Nog vóór zijn negentiende verjaardag had hij twee wereldtitels en meer dan dertig GP-zeges op zijn naam staan. Dat is niet simpelweg een succesvolle jeugdcarrière, maar een tempo waarmee vrijwel niemand in de moderne motorcrossgeschiedenis zich kan meten.
Coenen komt daar niet aan. Hij won tien GP’s in MX2, werd in 2024 tweede in het wereldkampioenschap en vertrok vervolgens zonder MX2-titel naar de 450. Wie uitsluitend de palmares op dezelfde leeftijd vergelijkt, krijgt dus een vrij duidelijke uitslag: Herlings was verder.
Maar juist daar wordt het interessant.
Coenen sloeg het hoofdstuk over waarin Herlings jaren bleef hangen
Herlings reed tot en met 2016 in MX2 en stapte pas op zijn 22e definitief over naar MXGP. Dat was deels het gevolg van een andere tijd en andere regelgeving, maar het betekent wel dat we nooit hebben gezien wat een achttienjarige Herlings gedurende een volledig WK-seizoen op een 450 had kunnen doen.
Van Coenen weten we dat inmiddels wel. In 2025 maakte hij als achttienjarige de overstap naar MXGP, won zes Grand Prix’ en eindigde meteen als tweede in het wereldkampioenschap, slechts 39 punten achter Romain Febvre. Tijdens dat seizoen werd hij bovendien de jongste winnaar van een Grand Prix in de koningsklasse ooit.
Dat verandert de vergelijking behoorlijk. Herlings was als tiener de veel grotere veelvraat in MX2, maar Coenen had op diezelfde leeftijd al nauwelijks meer iets te zoeken in de opstapklasse. Hij reed niet naar MXGP om ervaring op te doen; hij bleek vrijwel onmiddellijk snel genoeg om het kampioenschap te beïnvloeden.
Zijn eerste MXGP-seizoen leverde toevallig zelfs exact evenveel GP-zeges op als dat van Herlings: zes. Alleen was Herlings toen 22 en drievoudig MX2-wereldkampioen, terwijl Coenen het als achttienjarige rookie deed.
In 2026 verdween ook het excuus van de rookie
Wie 2025 nog als een uitzonderlijk debuutjaar wilde beschouwen, kreeg in 2026 weinig ruimte meer om Coenens snelheid te relativeren. Hij won in Spanje, Sardinië, Duitsland, Letland en Zuid-Afrika en verliet Johannesburg als leider in het wereldkampioenschap. Niet met een toevallige paar punten voorsprong, maar met ruim zestig punten marge op Herlings.
Dat laatste is belangrijk. Coenen won niet alleen races doordat Herlings of andere favorieten uitvielen. In Zuid-Afrika zaten ze allebei op de motor en finishte Herlings in beide manches als tweede achter hem. Een negentienjarige die een fitte Jeffrey Herlings over twee volledige manches verslaat en daarmee zijn WK-leiding verder uitbouwt, hoeft niet langer als toekomstig talent te worden omschreven. Op zulke dagen behoort hij gewoon tot de beste motorcrossers ter wereld.
Ook statistisch was zijn snelheid zichtbaar. Voor zijn blessure had Coenen in 2026 meer ronden aan de leiding gereden dan wie ook. Dat zegt meer dan één uitschieter op een circuit dat hem toevallig goed ligt: gedurende de eerste helft van het seizoen bepaalde hij opvallend vaak het tempo van de complete MXGP-klasse.
En dan verschijnt de pijnlijkste overeenkomst met Herlings
Na Zuid-Afrika leek de wereldtitel ineens heel reëel. Vervolgens veranderde het seizoen binnen enkele weken volledig. Na een wildcardoptreden in het Amerikaanse Southwick kwam Coenen gehavend terug naar Europa en bij de kwalificatierace op Foxhills ging het opnieuw mis. Een botsing met Maxime Renaux bezorgde hem hematomen rond de linkerheup en compressie van de heupzenuw.
Hij probeerde op zondag te rijden, maar moest beide manches staken. Een week later bleek racen in Loket nog altijd niet verantwoord, ook Lommel ging voorbij en in Zweden stond hij opnieuw niet achter het starthek. Een WK-voorsprong van ruim zestig punten veranderde zo in een enorme achterstand op juist Herlings.
Het zou onzin zijn om daar nu al een patroon van te maken. Coenen is negentien en één blessuregevoelige periode breekt nog geen carrière. Toch is het bijna ongemakkelijk hoe bekend het verhaal klinkt. Ook Herlings heeft meermaals kampioenschappen uit zijn handen zien glippen terwijl zijn pure snelheid nauwelijks ter discussie stond. Bij hem werd uiteindelijk niet de vraag of hij snel genoeg was om wereldkampioen te worden, maar hoeveel wereldtitels hij zonder blessures had kunnen winnen.
Voor Coenen is precies dat misschien de belangrijkste waarschuwing die de carrière van Herlings biedt. Om de nieuwe Herlings te worden, is het niet voldoende om net zo hard te kunnen rijden.
Zelfs in het zand is Herlings nog altijd de maatstaf
Er is nog een reden waarom de namen zo gemakkelijk aan elkaar worden gekoppeld. Beide rijders voelen zich opvallend thuis zodra een circuit zwaar en zanderig wordt. Coenen won in 2025 onder meer in Lommel en liet ook op andere losse ondergronden zien hoe hoog zijn natuurlijke snelheid ligt.
Maar zelfs daar past enige terughoudendheid. Herlings heeft van zandrijden gedurende vijftien jaar bijna een afzonderlijke discipline gemaakt. Wedstrijden waarin hij tientallen seconden wegrijdt van de rest van de wereldtop zijn zelfs op zijn huidige leeftijd nog niet verdwenen. In Lommel won hij in 2026, bij afwezigheid van Coenen, de eerste manche met ongeveer driekwart minuut marge op vrijwel iedereen behalve Kay de Wolf.
Coenen zelf hoeft op dat punt trouwens nauwelijks overtuigd te worden. Hij heeft Herlings meermaals als voorbeeld genoemd en beschouwt hem in het zand nog altijd als de maatstaf. Dat is misschien veelzeggender dan iedere statistische vergelijking: degene die volgens buitenstaanders de opvolger zou kunnen worden, kijkt zelf nog altijd naar de oude meester.
Coenen hoeft helemaal geen nieuwe Herlings te worden
Daarmee komen we bij de vraag waarmee we begonnen. Is Lucas Coenen de nieuwe Jeffrey Herlings? Wanneer daarmee wordt bedoeld dat Europa opnieuw een uitzonderlijk tienertalent heeft voortgebracht dat jarenlang de snelheid in het WK kan gaan bepalen, dan is het antwoord waarschijnlijk ja. Coenen heeft inmiddels te veel laten zien om zijn prestaties nog als vroege belofte af te doen.
Maar als we de vergelijking letterlijk nemen, is het antwoord nee. De jonge Herlings was veel dominanter in MX2, verzamelde sneller GP-zeges en had voor zijn negentiende verjaardag al twee wereldtitels. Coenen heeft juist iets anders gedaan: hij sloeg een deel van die opbouw over en bewees op zijn achttiende al dat hij in de zwaarste klasse races kan winnen en een wereldtitel kan aanvallen.
De grootste overeenkomst zit daarom misschien niet in hun palmares, maar in het gevoel dat ze oproepen. Bij Herlings was al heel vroeg duidelijk dat normale maatstaven niet goed werkten. Bij Coenen begint hetzelfde te gebeuren. Een tweede plaats als achttienjarige rookie voelt inmiddels niet meer verrassend, vijf GP-zeges in een half seizoen evenmin. Zodra uitzonderlijke prestaties gewoon beginnen te lijken, heb je meestal met een uitzonderlijke coureur te maken.
Of Coenen ooit in de buurt komt van vijf wereldtitels en meer dan 120 GP-overwinningen valt onmogelijk te voorspellen. Daarvoor moeten snelheid, gezondheid en bijna vijftien jaar topsport allemaal dezelfde kant op vallen. Maar één conclusie kunnen we inmiddels wel trekken: de motorcross hoeft niet te wachten tot Jeffrey Herlings stopt om te weten wie een van de rijders van de volgende generatie wordt.
Lucas Coenen is niet de nieuwe Jeffrey Herlings. Hij begint langzaam een probleem te krijgen dat eigenlijk nog veel mooier is: hij is goed genoeg geworden om niet langer met iemand anders vergeleken te hoeven worden.