RideM /raɪd əm/ helpt motorrijders met onafhankelijke informatie, achtergrond en praktische antwoorden op de vragen die ertoe doen.

Jeffrey Herlings wordt wereldkampioen 2026: niet zijn beste titel, misschien wel zijn belangrijkste

Jeffrey Herlings is bijna wereldkampioen motocross 2026, voor de zesde keer in zijn carrière. Dat klinkt vanzelf al historisch, maar bij Herlings is dat bijna een probleem: zijn loopbaan bevat zoveel records, zeges en extreme prestaties dat ieder nieuw succes al snel met grote woorden wordt omgeven. Juist daarom verdient deze titel een wat koelere beoordeling.

Wie 2026 langs zijn andere kampioensjaren legt, komt namelijk niet automatisch uit bij zijn mooiste, knapste of meest dominante titel. In 2018 was Herlings aantoonbaar sterker en in 2021 moest hij harder vechten om kampioen te worden. Ook de blessure van Lucas Coenen is te belangrijk geweest om het verloop van dit seizoen achteraf glad te strijken.

Toch bezit deze toekomstige titel iets wat geen van zijn vorige vijf titels had: Herlings bewijst voor het eerst dat zijn succes niet onlosmakelijk verbonden was met KTM. Na praktisch zijn volledige carrière in hetzelfde technische ecosysteem stapt hij over op Honda en wordt hij meteen wereldkampioen. Daardoor wordt 2026 misschien niet zijn beste kampioenschap, maar voor zijn plaats in de geschiedenis kan het wel een van zijn belangrijkste zijn.

Zes wereldtitels: ineens staat Herlings in een ander rijtje

Om te beginnen de kale cijfers. Herlings was al vijfvoudig wereldkampioen: MX2 in 2012, 2013 en 2016 en MXGP in 2018 en 2021. Met nummer zes verandert zijn positie in de mondiale ranglijst straks behoorlijk.

RijderWereldtitelsPositie na 2026
Stefan Everts101
Antonio Cairoli92
Jeffrey Herlings6gedeeld 3
Joël Robert6gedeeld 3
Roger De Coster5gedeeld 5
Eric Geboers5gedeeld 5
Georges Jobé5gedeeld 5
Joël Smets5gedeeld 5
Tim Gajser5gedeeld 5

Bij de mannen hebben alleen Stefan Everts en Antonio Cairoli meer wereldtitels gewonnen. Everts staat op tien, Cairoli op negen. Joël Robert won er zes. Met zijn titel van 2026 komt Herlings dus naast de grote Belg op een gedeelde derde plaats. Namen als Roger De Coster, Eric Geboers, Georges Jobé, Joël Smets en Tim Gajser blijven met vijf titels achter hem.

Dat is belangrijker dan alleen het verschil tussen vijf en zes. Met vijf behoorde Herlings tot een vrij grote groep absolute grootheden; met zes komt er afstand en staan er bij de mannen nog maar twee rijders boven hem. Tegelijkertijd zijn wereldtitels nooit de statistiek geweest waarin Herlings het indrukwekkendst oogt, want bij Grand Prix-zeges is hij al lang nummer één.

Stefan Everts beëindigde zijn carrière met 101 GP-overwinningen en Antonio Cairoli met 94. Herlings evenaarde Everts in 2023 en ging er vervolgens overheen. De officiële MXGP-gids voor 2026 begon het seizoen met Herlings als recordhouder op 112 overwinningen. In Zweden boekte hij in augustus alweer nummer 121.

Dat levert een merkwaardige carrièrebalans op: niemand won zoveel Grands Prix als Herlings, maar twee rijders hebben nog altijd aanzienlijk meer wereldtitels. Juist daarom doet nummer zes ertoe. Het brengt zijn kampioenschapsrecord iets dichter bij het niveau dat zijn pure snelheid al veel langer suggereert.

Honda hoefde niets te bewijzen. Herlings wel

Misschien is dit het belangrijkste verschil met zijn vorige vijf kampioenschappen: alle vijf won hij met KTM.

Herlings kwam als vijftienjarige in het fabrieksteam terecht en reed zestien GP-seizoenen in het oranje. KTM omschreef het afscheid eind 2025 zelf als het einde van een zestienjarige samenwerking. Alle 112 GP-zeges die hij tot dat moment had behaald, waren op KTM-machines gereden.

Daarna veranderde vrijwel alles. Honda maakte zijn komst op 1 januari 2026 officieel en Herlings kreeg een CRF450R onder zich, andere engineers, een andere manier van testen en een andere technische cultuur. De voorbereidingstijd was bovendien kort: de eerste Grand Prix stond begin maart al op het programma.

Op RIDEM schreven we eerder al over waarom die overstap naar Honda veel meer was dan simpelweg ‘ontrouw’ aan KTM. Achteraf krijgt dat besluit nog veel meer gewicht.

Herlings hoefde bij Honda nauwelijks in te rijden. Tijdens zijn eerste WK-weekend op de Honda, in Argentinië, won hij beide manches: een 1-1-score, de GP-zege en meteen de rode plaat. Dat zegt misschien nog meer over Herlings dan het kampioenschap zelf, want na anderhalf decennium op motoren die rondom hem en zijn voorkeuren waren ontwikkeld, kon hij kennelijk op zijn 31e nog steeds naar een compleet ander merk stappen en vrijwel onmiddellijk de referentie worden.

Honda hoefde daarbij overigens niet te bewijzen dat het wereldkampioenschappen kan winnen; Tim Gajser werd in 2022 nog MXGP-wereldkampioen voor HRC. Het bijzondere zit dus niet in een Honda die eindelijk weer eens wint, maar in een Herlings die na zestien seizoenen KTM kennelijk ook zonder KTM kan winnen.

Maar nee: wereldkampioen worden op een nieuw merk is niet uniek

Ook hier is enige relativering nodig, want een rijder die van fabrikant wisselt en meteen wereldkampioen wordt, is geen primeur. Antonio Cairoli werd in 2009 wereldkampioen MX1 op Yamaha, stapte voor 2010 over op KTM en pakte direct opnieuw de titel. Daarna zou hij jarenlang het gezicht van KTM worden.

Stefan Everts levert een nog sterker tegenargument voor iedereen die de merkenswitch van Herlings uniek wil noemen. Everts werd in 1995 wereldkampioen op Kawasaki, won in 1996 op Honda en verzamelde gedurende zijn carrière wereldtitels op Suzuki, Kawasaki, Honda én Yamaha.

Als veelzijdigheid over verschillende merken het criterium is, blijft Everts dus de maatstaf. De situatie van Herlings is desondanks uitzonderlijk, omdat hij niet na een paar seizoenen van werkgever wisselde, maar uit een samenwerking stapte waarin bijna zijn complete volwassen sportcarrière was gevormd. Rijhouding, vering, motorafstelling, testmethodiek, monteurs en communicatie: zestien seizoenen lang groeiden rijder en fabriek naar elkaar toe. Daar op dit punt in een carrière van loskomen en vervolgens in het eerste seizoen kampioen worden, is iets anders dan simpelweg een ander logo op de radiatorcovers plakken.

Dan de ongemakkelijke kant van deze titel: Lucas Coenen

Wie 2026 straks samenvat als een seizoen waarin Herlings vanaf maart iedereen zoek reed, herschrijft de geschiedenis. Zo verliep het kampioenschap simpelweg niet. Want Lucas Coenen was gedurende een belangrijk deel van het kampioenschap de man die Herlings moest verslaan. Na de Grand Prix van Zuid-Afrika bedroeg zijn voorsprong zelfs 68 punten.

Toen veranderde het WK. Coenen kwam tijdens de kwalificatie voor de Britse Grand Prix op Foxhills ten val. Hematomen rond zijn linkerheup zorgden voor druk op de heupzenuw; hij probeerde nog te rijden, maar moest beide manches staken en kon ook in Tsjechië niet aan de races beginnen. Daar moeten we niet omheen praten, want zonder die blessure weten we simpelweg niet wie in 2026 wereldkampioen was geworden. Dat is geen aanval op Herlings en ook geen poging zijn titel van een sterretje te voorzien, maar gewoon de juiste beschrijving van het kampioenschap.

Na Zuid-Afrika stond Herlings 68 punten achter. Eén Grand Prix later, na Foxhills, waren daarvan nog elf over. Herlings won beide manches, terwijl Coenen door zijn blessure geen punten pakte, waarna de titelstrijd in korte tijd volledig naar de kant van de Nederlander viel. De blessure van Coenen was dus geen detail, maar een gebeurtenis die het kampioenschap fundamenteel veranderde.

Alleen: Herlings kreeg een kans en veranderde die in een afstraffing

Daar houdt de relativering echter ook op, want er bestaat een verschil tussen profiteren van de problemen van een concurrent en vervolgens zelf foutloos presteren. Herlings deed het tweede.

Op Foxhills won hij beide manches. In Loket volgde een perfect weekend. Vervolgens kwam Lommel, waar hij niet simpelweg won, maar de twee zondagse manches samen met een voorsprong van één minuut en 25 seconden afsloot. Na die Belgische GP stond zijn carrière op 120 Grand Prix-zeges en bedroeg zijn voorsprong in het WK al 104 punten.

In Zweden ging hij gewoon verder. Alle sessies snelste, de kwalificatierace gewonnen, beide manches gewonnen, iedere raceronde aan de leiding. Elf achtereenvolgende zeges wanneer de kwalificatieraces worden meegerekend en vier GP-overwinningen op rij. De voorsprong in het WK groeide naar 116 punten.

Dat is niet het beeld van een rijder die toevallig de rode plaat in handen gedrukt krijgt, maar van een rijder die voelt dat een kampioenschap kantelt en vervolgens zelf iedere twijfel wegneemt.

Ook Herlings zelf heeft bovendien genoeg ervaring met de andere kant van dit verhaal. Blessures kostten hem in zijn carrière meerdere serieuze titelkansen. In 2014 lag hij vrijwel op koers voor het MX2-kampioenschap toen hij tijdens een 85cc-evenement zijn dijbeen brak. Ook 2015 liep door blessures verloren. In 2022 kon hij als regerend wereldkampioen zelfs geen volledig WK-seizoen rijden nadat hij zijn hiel brak.

Dat maakt de blessure van Coenen niet minder relevant, maar het maakt het wel moeilijk om te stellen dat een titel alleen waarde heeft wanneer alle concurrenten negentien weekenden lang kerngezond blijven. Volgens die maatstaf zouden we ook een flink deel van de kampioenschappen die Herlings níet won opnieuw moeten beoordelen.

2018 blijft de beste Herlings die we ooit hebben gezien

De zesde titel is dus bijzonder, maar het is moeilijk vol te houden dat dit ook zijn beste seizoen is. Daarvoor ligt de lat van 2018 absurd hoog.

Herlings reed toen zijn tweede seizoen in de MXGP-klasse en won 17 van de 19 Grands Prix waaraan hij deelnam. In de twee andere werd hij tweede. Uiteindelijk won hij 33 van de 40 manches van dat seizoen en sloot hij het WK af met 151 punten voorsprong op negenvoudig wereldkampioen Antonio Cairoli.

2018 was minder een gewonnen titelstrijd dan een demonstratie van wat er gebeurt wanneer misschien wel de snelste motocrosser van zijn generatie een heel jaar fit blijft. Daar komt 2026 niet bovenuit, maar dat hoeft ook niet om deze zesde titel historisch bijzonder te maken.

2021 blijft de zwaarst bevochten titel

Als 2018 Herlings op zijn dominantst was, dan was 2021 Herlings op zijn taaiste. Het kampioenschap eindigde destijds pas in de allerlaatste manche. Herlings en Romain Febvre begonnen die slotrace zelfs met evenveel punten. Tim Gajser zat daar vlak achter.

Herlings won beide manches van de finale in Mantova en werd wereldkampioen met 708 punten. Febvre eindigde vijf punten achter hem, Gajser twintig.

Negen GP-zeges, vijftien mancheoverwinningen en een kampioenschap dat tot de laatste vlag openlag maken 2021 tot de meest logische kandidaat wanneer de vraag luidt welke wereldtitel Herlings het hardst heeft moeten bevechten. Wie vraagt wanneer hij het beste reed, kiest 2018. Precies tussen die twee uitersten ontstaat de eigen plek van 2026.

TitelWat typeerde die titel?Waarom bijzonder?
2012eerste MX2-titeldoorbraak als wereldkampioen
2013dominante titelverdedigingbevestiging van zijn uitzonderlijke MX2-niveau
2016terugkeer na blessurejarenrevanche na gemiste kansen
2018extreme MXGP-dominantiewaarschijnlijk Herlings op zijn absolute piek
2021titelstrijd tot de laatste manchezijn zwaarst bevochten kampioenschap
2026eerste jaar op Hondabewijs dat zijn succes niet aan één fabrikant vastzat

2026 bewijst iets wat de andere titels niet konden bewijzen

Deze titel laat een andere kwaliteit zien: aanpassingsvermogen. Herlings was al wereldkampioen als jong talent en als dominante MX2-rijder, had al bewezen dat hij ook in de koningsklasse kon overheersen en had in 2021 laten zien dat hij een zenuwslopende titelstrijd kon winnen. Wat hij nog niet had bewezen, was dat hij buiten KTM hetzelfde kon.

Dat klinkt misschien oneerlijk, want natuurlijk zat Herlings zelf op die KTM en waren zijn 112 GP-zeges vóór 2026 niet ineens het werk van een motorfiets. Maar topsportcarrières krijgen achteraf nu eenmaal verhalen opgeplakt.

Everts won op verschillende Japanse merken. Cairoli werd kampioen op Yamaha én KTM. Herlings was de man van KTM. Een uitzonderlijk snelle rijder, maar wel eentje waarvan rijder, machine en team na zestien jaar nauwelijks nog van elkaar los te denken waren.

Dat verhaal bestaat niet meer, want Herlings heeft een Honda gepakt en is er al zo goed als wereldkampioen mee.

In Nederland is de vergelijking eigenlijk nog schever

Internationaal moet Herlings zich meten met Everts, Cairoli, Robert, De Coster en Geboers. In Nederland bestaat die discussie nauwelijks.

Dave Strijbos werd in 1986 de eerste Nederlandse wereldkampioen motocross. John van den Berk won vervolgens de 125cc-titel in 1987 en de 250cc-titel in 1988. Pedro Tragter werd in 1993 wereldkampioen 125cc. In 2024 voegde Kay de Wolf daar de MX2-wereldtitel aan toe.

Samen zijn dat vijf senior wereldtitels in de mannenklassen buiten Herlings, terwijl Herlings er nu zes heeft. Met andere woorden: in de reguliere mannenklassen heeft Jeffrey Herlings in zijn eentje meer individuele wereldtitels gewonnen dan alle andere Nederlandse wereldkampioenen samen. En dan hebben we het nog niet over zijn meer dan 120 GP-zeges.

Nederlandse wereldkampioenTitelsJaar/jaren
Jeffrey Herlings62012, 2013, 2016, 2018, 2021, 2026
John van den Berk21987, 1988
Dave Strijbos11986
Pedro Tragter11993
Kay de Wolf12024

In Nederland is hij niet simpelweg de succesvolste motocrosser ooit. De afstand tot nummer twee is inmiddels zo groot dat het nauwelijks nog een zinvolle vergelijking is.

Maakt zes titels hem straks de beste motocrosser ooit?

Nee, in ieder geval niet automatisch. Tien wereldtitels van Stefan Everts verdwijnen niet omdat Herlings meer Grands Prix heeft gewonnen, en negen titels van Cairoli evenmin.

Everts heeft bovendien iets wat Herlings nooit meer kan evenaren: wereldtitels op vier verschillende Japanse merken en successen in verschillende klassen en tijdperken. Cairoli combineerde negen kampioenschappen met 94 GP-zeges en beheerste de koningsklasse jarenlang.

Andersom wordt het ook steeds moeilijker om Herlings uitsluitend op zijn zes wereldtitels te beoordelen.

Hij heeft het GP-record met enorme afstand in handen. Hij heeft een seizoen als 2018 gereden. Hij won een van de spannendste MXGP-kampioenschappen ooit in 2021. Hij verloor meerdere potentiële titels door zware blessures en is na zestien jaar bij één fabrikant alsnog overgestapt om direct bij een ander merk kampioen te worden.

De discussie over de beste aller tijden blijft dus vooral een discussie over criteria:

CriteriumSterkste claim
Meeste wereldtitelsStefan Everts
Meeste GP-zegesJeffrey Herlings
Langdurige dominantieStefan Everts / Antonio Cairoli
Absolute pieksnelheidJeffrey Herlings heeft een zeer sterke claim
Titels op meerdere fabrikantenStefan Everts
Nederlandse erelijstJeffrey Herlings met ruime afstand

Juist door die verschillende maatstaven is een simpel etiket als ‘de beste ooit’ te goedkoop. Herlings hoeft Everts niet op ieder criterium voorbij te zijn om in een historisch uitzonderlijke categorie te vallen, en met de Honda-titel van 2026 heeft hij bovendien een zwakke plek in zijn eigen erelijst weggewerkt: het idee dat zijn succes uitsluitend binnen de langdurige KTM-omgeving tot stand kwam.

Niet zijn mooiste titel. Wel eentje die zijn carrière verandert

Daarmee komen we terug bij de oorspronkelijke vraag: hoe bijzonder is deze zesde wereldtitel werkelijk? Niet omdat Honda eindelijk weer eens kampioen wordt, want dat gebeurde vier jaar geleden nog. Niet omdat nooit eerder iemand direct na een merkenswitch wereldkampioen werd, want Everts en Cairoli gingen hem voor. En ook niet omdat 2026 zo dominant was dat het naast 2018 kan worden gelegd. Bovendien is het onmogelijk het kampioenschap eerlijk te beschrijven zonder te erkennen dat de blessure van Lucas Coenen de titelstrijd ingrijpend veranderde. Juist wanneer al die relativeringen worden meegenomen, wordt het uiteindelijke oordeel sterker.

Herlings wordt kampioen in zijn eerste jaar na zestien GP-seizoenen bij KTM, op een motor waarop hij bij de seizoensstart nauwelijks twee maanden serieus had kunnen testen. Hij wint direct zijn eerste Grand Prix voor Honda, komt gedurende het jaar 68 punten achter te staan, grijpt zijn kans wanneer het kampioenschap draait en reageert vervolgens met een van de indrukwekkendste reeksen uit zijn toch al bizarre carrière. Daarmee schuift hij in de geschiedenisboeken naar zes wereldtitels: gelijk met Joël Robert en, bij de mannen, alleen nog achter Stefan Everts en Antonio Cairoli.

2018 liet zien hoe goed Jeffrey Herlings op zijn absolute piek kon zijn en 2021 hoeveel druk hij kon verdragen. De betekenis van 2026 ligt ergens anders: deze titel laat zien dat Herlings niet groot was dankzij één fabrikant, één vertrouwde technische omgeving of één uitzonderlijke periode in zijn carrière. Zestien jaar nadat hij als tiener het WK binnenkwam, kon hij vrijwel alles veranderen en nog steeds wereldkampioen worden. Misschien is dat uiteindelijk wel het bijzonderste aan titel nummer zes.

Gerelateerde artikelen