Jorge Lorenzo heeft jarenlang op precies dezelfde Yamaha gereden als Valentino Rossi. Hij kon diens data bekijken, zijn lijnen bestuderen en van dichtbij zien hoe de Italiaan een MotoGP-machine bestuurde. Toch bleek één opvallend onderdeel van Rossi’s rijstijl voor Lorenzo niet te kopiëren. Niet omdat hij de techniek niet begreep, maar omdat zijn handen volgens hem simpelweg te klein waren.
Lorenzo vertelde daarover in het Spaanse programma Fast & Curious. Toen hij in 2008 bij het fabrieksteam van Yamaha terechtkwam, was Rossi niet alleen zijn teamgenoot, maar ook de man aan wie hij zich moest meten. De Italiaan had op dat moment al vijf wereldtitels in de hoogste klasse gewonnen en zou er in 2008 en 2009 nog twee aan toevoegen.
Lorenzo keek daarom nauwkeurig naar de manier waarop Rossi reed. Vooral diens eerste beweging aan het einde van een recht stuk viel hem op. Rossi wachtte volgens Lorenzo niet totdat het gas helemaal gesloten was voordat hij de voorrem aanraakte. Terwijl hij in de zesde versnelling nog vrijwel vol gas reed, begon hij al voorzichtig druk op het remhendel te zetten.
Remmen voordat het gas helemaal dicht was
“Voordat hij het gas volledig sloot, bediende hij de voorrem al een beetje”, legt Lorenzo uit. “Hij verminderde het gas misschien met vijf procent, maar was ondertussen al met de voorrem bezig.”
Het ging dus niet om hard remmen terwijl de motor nog volop accelereerde, maar om een uiterst kleine overlap tussen gas en rem. Rossi kon de rem al voorbereiden terwijl hij zijn rechterhand nog grotendeels om het gashendel had. Zodra het gas verder dichtging, kon hij de remdruk direct opvoeren.
Lorenzo probeerde dezelfde handeling uit, maar kreeg zijn vingers niet goed genoeg om het hendel. “Ik ontdekte dat het voor mij fysiek niet mogelijk was, omdat Valentino veel grotere handen heeft dan ik. Voor hem was het veel gemakkelijker.”
Dat verschil klinkt bijna te eenvoudig voor een sport waarin motorfietsen, elektronica en aerodynamica tot op het kleinste detail worden ontwikkeld. Toch draait rijden op MotoGP-niveau ook om de bouw en beweeglijkheid van de coureur. De stand van een remhendel kan worden aangepast, maar daarmee worden vingers niet langer en verandert ook niet hoeveel controle een rijder heeft terwijl hij gas en rem tegelijk bedient.
Rossi remde met drie vingers
Ook op beelden was een verschil tussen beide Yamaha-coureurs zichtbaar. Rossi bediende de voorrem doorgaans met drie vingers, terwijl Lorenzo meestal zijn wijs- en middelvinger gebruikte. Dat paste bij twee verschillende manieren van rijden. Rossi stond bekend als een rijder die veel kon oplossen tijdens het remmen en insturen, terwijl Lorenzo zijn snelheid vooral uit nauwkeurige lijnen, stabiliteit en een hoge bochtensnelheid haalde.
Lorenzo remde graag met de motor relatief rechtop, zodat hij de bocht vervolgens in één vloeiende lijn kon nemen. Wanneer alles klopte, leek hij rondenlang haast hetzelfde rondje te rijden. Rossi was juist vaker bezig met het positioneren en corrigeren van de motor in de remzone. De bijzondere beweging met gas en voorrem was daar kennelijk een onderdeel van.
Dat Lorenzo deze ene techniek niet kon overnemen, wil dan ook niet zeggen dat Rossi per definitie beter remde. Lorenzo vond een werkwijze die beter bij zijn eigen lichaam en rijstijl paste. Daarmee werd hij in 2010, 2012 en 2015 wereldkampioen in de MotoGP, waarvan twee keer als teamgenoot van Rossi.
Leren van je grootste rivaal
Toch leuk om te horen dat ook grote rivalen van elkaar proberen te leren. De verhouding tussen de twee Yamaha-coureurs was immers jarenlang allesbehalve ontspannen. In de pitbox werd zelfs een scheidingswand geplaatst. Toch keek Lorenzo wel degelijk naar zijn teamgenoot en probeerde hij te begrijpen waar Rossi zijn snelheid vandaan haalde.
Hun rivaliteit werd uiteindelijk een van de bepalende duels uit de moderne MotoGP. Rossi en Lorenzo deelden een motor, maar reden er op een duidelijk andere manier mee. Het past in een langere geschiedenis van grote tegenstellingen in de sport, waarin ook de vraag terugkeert hoe hun strijd zich verhoudt tot de rivaliteit tussen Marc Márquez en Valentino Rossi.
Lorenzo zegt dat hij tijdens zijn jaren naast Rossi uiteindelijk genoeg andere technieken wist over te nemen. Alleen die subtiele overgang van vol gas naar de voorrem kreeg hij nooit helemaal voor elkaar. Zelfs op het hoogste niveau valt kennelijk niet alles met talent, trainingsuren en toegang tot dezelfde data op te lossen. Soms komt het simpelweg neer op de lengte van je vingers.