Het AVD-examen is het praktijkexamen waarin je laat zien dat je veilig en zelfstandig met een motor aan het verkeer kunt deelnemen. AVD staat voor verkeersdeelneming. Bij de reguliere route naar je motorrijbewijs volgt dit examen nadat je bent geslaagd voor het AVB-examen voor voertuigbeheersing.
Het hele AVD-examen duurt ongeveer 55 minuten. Daarvan zit je ongeveer 35 minuten daadwerkelijk op de motor. Het draait niet om trucjes of om een foutloze rit. De examinator wil vooral zien dat je het verkeer begrijpt, risico’s op tijd herkent, veilige keuzes maakt en de motor voldoende beheerst om zelfstandig de weg op te kunnen.
Het AVD-examen in het kort
| Onderdeel | Wat gebeurt er? |
|---|---|
| Totale duur | Ongeveer 55 minuten |
| Examenrit | Ongeveer 35 minuten |
| Voor vertrek | Controle documenten, ogentest en enkele vragen over de motor |
| Tijdens de rit | De examinator volgt in een auto en geeft aanwijzingen via een ontvanger in je helm |
| Beoordeling | Onder meer kijkgedrag, plaats op de weg, verkeersregels en motorbeheersing |
| Uitslag | Direct na de rit in het CBR-examencentrum |
Wat is het verschil tussen AVB en AVD?
AVB en AVD zijn twee verschillende praktijkexamens.
Bij het AVB-examen voor de motor controleert het CBR vooral of je de motor technisch beheerst. Je doet daarvoor oefeningen op een examenterrein, zoals manoeuvreren bij lage en hogere snelheid en remmen.
AVD vindt juist plaats op de openbare weg. De vraag is niet meer alleen of je de motor kunt bedienen, maar of je die beheersing kunt combineren met verkeersinzicht, waarnemen, anticiperen en veilige beslissingen.
Wil je het volledige traject vanaf je eerste les tot het rijbewijs overzien? Lees dan ook onze uitleg over het motorrijbewijs halen.
Wanneer mag je AVD-examen doen?
Bij de reguliere route controleert het CBR vóór het examen onder meer of:
- je een geldig identiteitsbewijs hebt;
- de motor waarmee je examen doet bij de juiste rijbewijscategorie hoort;
- je in het voorafgaande jaar bent geslaagd voor het AVB-examen;
- je in de afgelopen anderhalf jaar bent geslaagd voor het theorie-examen motor.
Voor het praktijktraject naar een nieuw motorrijbewijs moet daarnaast je rijgeschiktheid via de Gezondheidsverklaring zijn geregeld. Doe je een aanvullend examen omdat je al een motorrijbewijs bezit, dan kunnen andere voorwaarden gelden en controleert de examinator ook je bestaande rijbewijs.
Meer weten over de theorie zelf? Daarvoor hebben we een aparte uitleg over het theorie-examen voor de motor.
Wat gebeurt er vóór de examenrit?
Je begint binnen bij het CBR met een korte kennismaking met de examinator. Die legt uit hoe het examen verloopt en controleert de benodigde gegevens.
Daarna volgt buiten een ogentest. Je moet het kenteken van een stilstaande auto op ongeveer 25 meter afstand kunnen lezen.
Vervolgens stelt de examinator enkele vragen over de motor. Het gaat om basiskennis die je als motorrijder nodig hebt om te kunnen beoordelen of je veilig kunt vertrekken. Het is dus geen uitgebreid mondeling technisch examen.
BRAVO-A: welke vragen kun je over de motor krijgen?
In de officiële Rijprocedure van het CBR worden de voorbereidende controlehandelingen samengevat als BRAVO-A.
| Letter | Controle |
|---|---|
| B | Banden |
| R | Remmen |
| A | Aandrijving |
| V | Verlichting |
| O | Olie |
| A | Algemene zaken, zoals accu, vering, koeling en bedieningsorganen |
Je hoeft geen motormonteur te zijn. Je moet wel begrijpen wat je controleert en waarom dat belangrijk is. Zorg daarom vooral dat je deze punten op je eigen lesmotor kunt aanwijzen en uitleggen.
Hoe verloopt de AVD-examenrit?
De rit zelf duurt ongeveer 35 minuten. Jij rijdt op de motor; de examinator volgt in een auto. Via een ontvanger in je helm hoor je waar je naartoe moet.
De route is geen kennistest van de omgeving. De verkeerssituaties onderweg geven de examinator de gelegenheid om te beoordelen hoe jij rijdt. Een kruispunt, rotonde, bocht, invoegstrook of drukke straat is dus geen los trucje: de examinator kijkt telkens hoe je waarneemt, welke positie en snelheid je kiest en hoe je rekening houdt met andere weggebruikers.
Versta je een aanwijzing niet goed of dreig je een afslag te missen, maak dan geen plotselinge of onveilige manoeuvre om de route alsnog te redden. Veilig rijden blijft belangrijker dan op het laatste moment toch nog de gevraagde richting inslaan.
Waar let de examinator tijdens AVD op?
Het CBR noemt voor kandidaten vier onderdelen expliciet: kijkgedrag, plaats op de weg, het toepassen van verkeersregels en beheersing van de motor in het verkeer. De officiële Rijprocedure laat zien dat daar een breder uitgangspunt achter zit: je rijgedrag moet veilig, aangepast, besluitvaardig en sociaal zijn.
Kijkgedrag: kijken om informatie te verzamelen
Goed kijken betekent niet dat je zo opvallend mogelijk met je hoofd moet bewegen. Het CBR beoordeelt of je op het juiste moment de informatie verzamelt die nodig is om veilig te handelen.
Dat betekent bijvoorbeeld vooruitkijken, verkeer naast en achter je controleren wanneer dat relevant is en daadwerkelijk iets doen met wat je ziet. De verkeerssituatie bepaalt welke controle nodig is. Een schoudercheck is dus geen ritueel dat automatisch bij iedere handeling hetzelfde moet worden uitgevoerd.
De beste voorbereiding is daarom niet om je kijkbewegingen groter te maken, maar om jezelf tijdens de lessen steeds af te vragen: wat kan hier gebeuren, waar komt dat gevaar vandaan en wat betekent dat voor mijn snelheid of positie?
Plaats op de weg: er bestaat geen vaste ideale lijn
Op een motor is je plaats binnen de rijstrook een actieve veiligheidskeuze. De juiste positie kan veranderen door een bocht, tegenliggers, geparkeerde auto’s, slecht wegdek, zijwegen of beperkt zicht.
De Rijprocedure omschrijft de normale positie grofweg als centraal in de beschikbare veilige ruimte. Dat is iets anders dan altijd exact midden op je rijstrook rijden of een vaste afstand tot de berm of geparkeerde auto’s aanhouden.
Laat tijdens je examen dus zien dat je positie een gevolg is van wat je waarneemt.
Snelheid: niet zo langzaam mogelijk, maar passend
Veilig rijden betekent niet automatisch langzaam rijden. Je snelheid moet passen bij de weg, het zicht, het verkeer en wat er mogelijk kan gebeuren.
Op een ruime overzichtelijke weg kan een andere snelheid passend zijn dan in een smalle straat met geparkeerde auto’s of bij een onoverzichtelijk kruispunt. Andersom kan zonder reden ver onder een normale snelheid blijven rijden onzeker en weinig besluitvaardig overkomen.
Het uitgangspunt is dus niet: voorzichtig is altijd goed. Het uitgangspunt is: pas je snelheid bewust aan de situatie aan.
Afstand: geef jezelf tijd om te reageren
De officiële Rijprocedure gebruikt bij normaal volgen een afstand van ongeveer twee seconden als uitgangspunt. Bij bijvoorbeeld nat weer of beperkt zicht achter een grote voorligger kan meer ruimte nodig zijn.
Die afstand geeft je niet alleen tijd om te remmen. Vanaf een motor helpt extra ruimte ook om het wegdek te bekijken, verder vooruit te kijken en indien nodig uit te wijken.
Verkeersregels én verkeersinzicht
Uiteraard moet je voorrang verlenen, verkeerslichten volgen en verkeersborden correct toepassen. Maar alleen alle regels letterlijk uitvoeren is volgens de Rijprocedure niet voldoende om veilig te rijden.
De examinator kijkt ook of je rekening houdt met fouten van andere weggebruikers, kwetsbare verkeersdeelnemers tijdig ziet en je rijgedrag aanpast als een situatie anders verloopt dan verwacht.
Dat is in feite waar verkeersinzicht om draait: niet alleen weten wie er formeel voorrang heeft, maar begrijpen wat er daadwerkelijk om je heen gebeurt.
Motorbeheersing blijft meetellen
Voor AVB heb je al laten zien dat je de motor kunt beheersen. Toch verdwijnt motorbeheersing tijdens AVD niet uit beeld.
Schakelen, remmen, sturen, balans houden en gas doseren moeten voldoende vanzelfsprekend verlopen om je aandacht bij het verkeer te kunnen houden. Een incidenteel minder mooie schakelactie is iets anders dan structureel moeite hebben om de motor onder controle te houden.
Het CBR kijkt uiteindelijk naar de invloed die je bediening en beheersing op de veiligheid van je rit hebben.
Kun je zakken door één fout?
Er bestaat geen simpele regel waarbij iedere afzonderlijke fout automatisch betekent dat je gezakt bent.
De examinator kijkt volgens de officiële Rijprocedure naar de aard van een fout, hoe ernstig die is, hoe vaak bepaald gedrag voorkomt en onder welke weg-, verkeers- en weersomstandigheden dat gebeurt. Ook het totaalbeeld van je examen telt mee.
Dat betekent niet dat je je over fouten geen zorgen hoeft te maken. Een ernstige onveilige handeling kan zwaar wegen en verkeersgevaarlijk gedrag kan zelfs reden zijn om een examen af te breken.
Maak je een kleinere fout, blijf dan vooral normaal verder rijden. Probeer een gemiste afslag, een verkeerde versnelling of een moment van twijfel niet met een haastige tweede manoeuvre te ‘repareren’. Daarmee kun je van een klein probleem juist een veiligheidsprobleem maken.
Praktische AVD-tips van Ridem
De volgende punten zijn geen aparte CBR-slagingsregels, maar praktische manieren om de officiële beoordelingspunten in je voorbereiding toe te passen.
1. Oefen waarnemen, beslissen en handelen als één proces
Alleen kijken is niet genoeg. Train jezelf tijdens iedere les om te begrijpen wat je ziet en je rijgedrag daar vervolgens op aan te passen.
Zie je bijvoorbeeld een slecht zichtbare zijstraat, dan kan dat aanleiding zijn om je snelheid of positie al aan te passen voordat er daadwerkelijk iemand uit komt.
2. Stop met zoeken naar één ‘examenpositie’ op de rijbaan
Er bestaat geen vaste strook op het asfalt waar je voor het CBR hoort te rijden. Zoek naar de positie die jou in die specifieke situatie het meeste zicht, ruimte en veiligheid geeft.
Dat maakt je rijgedrag bovendien voorspelbaarder en rustiger dan wanneer je op ieder wegvak een aangeleerde lijn probeert te volgen.
3. Rijd besluitvaardig wanneer de situatie duidelijk is
Twijfelen is verstandig als een situatie onduidelijk is. Blijven twijfelen wanneer je alle informatie hebt en veilig kunt handelen is iets anders.
Oefen daarom met je instructeur vooral op het moment waarop observeren overgaat in beslissen. Veilig en besluitvaardig rijden betekent niet dat je risico’s moet nemen; het betekent dat je een veilige mogelijkheid ook daadwerkelijk gebruikt.
4. Bouw ruimte om jezelf heen
Voldoende volgafstand, niet langdurig in een dode hoek rijden en tijdig vooruitkijken geven je opties als iemand anders iets onverwachts doet.
Dat past direct bij het defensieve rijgedrag dat het CBR van een motorrijder verwacht.
5. Ken BRAVO-A op je eigen lesmotor
Leer het ezelsbruggetje niet alleen uit je hoofd. Laat je instructeur één keer met jou langs je eigen lesmotor lopen en wijs daadwerkelijk aan waar je de olie, remvloeistof, aandrijving en andere controlepunten vindt.
Daar heb je op de examendag meer aan dan aan een lijstje dat je alleen uit je hoofd kunt opdreunen.
6. Voorkom stress die niets met motorrijden te maken heeft
Controleer vooraf je identiteitsbewijs en examenbevestiging. Doe je een aanvullend examen, controleer dan ook welk rijbewijs je moet meenemen.
Zorg bovendien dat je motorkleding aan de huidige CBR-eisen voldoet. Het CBR verlangt onder meer een goedpassende goedgekeurde helm, beschermende handschoenen, enkelbedekkend stevig schoeisel en beschermende kleding voor armen en benen. De examinator beslist uiteindelijk of je uitrusting voldoende is.
Heb je al A1 of A2? Dan kan je AVD-traject anders zijn
Niet ieder AVD-examen hoort bij iemand die voor het eerst een motorrijbewijs haalt.
Stroom je door van een bestaande motorcategorie naar een hogere categorie, dan kan sprake zijn van een aanvullend of getrapt examen. Het CBR controleert daarbij onder meer je bestaande motorrijbewijs en hoe lang je de onderliggende categorie bezit. Ook kan de exameninhoud verschillen van het reguliere traject na AVB.
Welke route voor jou geldt, leggen we uitgebreider uit in A1, A2 en A: welk motorrijbewijs heb je nodig?.
Wat gebeurt er na het AVD-examen?
Na de rit ga je terug naar het examencentrum en hoor je direct de uitslag.
Ben je geslaagd, dan kun je na de examendag je nieuwe rijbewijs aanvragen bij de gemeente.
Ben je gezakt, dan vertelt de examinator waar je nog aan moet werken. Die punten staan ook op het uitslagformulier, zodat je ze met je instructeur kunt bespreken. Voor een regulier herexamen verkeersdeelneming mag je vanaf de veertiende dag na je examen opnieuw afrijden. Is het examen afgebroken vanwege verkeersgevaarlijk gedrag, dan geldt een wachttijd van minimaal zes weken.
Het belangrijkste voor je voorbereiding is daarmee eigenlijk vrij eenvoudig: probeer tijdens AVD niet te laten zien dat je examen kunt rijden. Laat zien dat je zelfstandig kunt motorrijden. Goed waarnemen, vooruitdenken, ruimte houden en beslissingen nemen die passen bij wat er daadwerkelijk om je heen gebeurt — dát is waar het examen uiteindelijk om draait.