RideM /raɪd əm/ helpt motorrijders met onafhankelijke informatie, achtergrond en praktische antwoorden op de vragen die ertoe doen.

Wat is traction control op een motor? Zo voorkomt het systeem wielspin

Tractiecontrole op een motorfiets helpt voorkomen dat het achterwiel tijdens accelereren te veel doorspint. Sensoren houden in de gaten wat de wielen en bij moderne systemen ook de motorfiets zelf doen. Wanneer de elektronica vaststelt dat het achterwiel meer slipt dan gewenst, wordt het motorkoppel tijdelijk verminderd totdat er weer voldoende grip is.

Je kunt traction control dus zien als een elektronisch vangnet bij het gasgeven. Het systeem kan vooral van pas komen op nat asfalt, een gladde weg of wanneer je in een bocht te enthousiast op het gas gaat. Het kan de natuurkunde alleen niet uitschakelen: ook een motor met traction control heeft maar een beperkte hoeveelheid grip.

Hoe werkt traction control?

De eenvoudigste vorm van traction control vergelijkt onder andere de snelheid van het voor- en achterwiel. Wanneer je rechtuit accelereert en het achterwiel plotseling veel sneller begint te draaien dan het voorwiel, kan dat erop wijzen dat de achterband grip verliest.

De ECU kan dan ingrijpen door het motorkoppel te verminderen. Afhankelijk van het systeem gebeurt dat bijvoorbeeld via de ontsteking, brandstofinspuiting of elektronisch aangestuurde gaskleppen. Zodra de wielspin weer op het gewenste niveau komt, kan het vermogen opnieuw worden opgebouwd.

Yamaha omschrijft zijn TCS als een systeem dat de aandrijfkracht naar het achterwiel automatisch aanpast wanneer te veel gas voor ongewenste wielspin zorgt. Op systemen zoals dat van de YZF-R6 werden onder meer ontsteking, injectie en gasklepopening gezamenlijk gebruikt om de aandrijfkracht te regelen.

De precieze werking verschilt sterk per motor. Een eenvoudige middenklasser kan een relatief basaal systeem hebben, terwijl moderne sportmotoren en allroads veel meer informatie gebruiken om te bepalen hoeveel slip op dat moment acceptabel is.

Waarom is een beetje wielspin een probleem?

Een motorband kan maar een beperkte hoeveelheid kracht op het asfalt overbrengen. Wanneer je meer gas geeft dan de beschikbare grip toelaat, begint het achterwiel sneller te draaien dan bij de werkelijke rijsnelheid hoort.

Een klein beetje slip hoeft niet meteen dramatisch te zijn. Sterker nog, geavanceerde systemen kunnen bewust een bepaalde hoeveelheid slip toelaten om zo goed mogelijk te accelereren. Het probleem ontstaat wanneer de slip zo groot wordt dat de motor zijn stabiliteit verliest.

Op droog asfalt met warme banden moet je daar op een lichte motor behoorlijk je best voor doen. Op een natte weg, verfstrepen, bladeren, grind of koud asfalt kan de beschikbare grip echter veel lager zijn. Dan kan dezelfde beweging met je rechterhand ineens een heel ander effect hebben.

Traction control probeert in zo’n situatie eerder in te grijpen dan een gemiddelde rijder zelf het gas kan corrigeren.

Wat is het verschil tussen traction control en ABS?

ABS en traction control worden vaak in één adem genoemd, omdat beide systemen informatie van de wielen gebruiken. Ze grijpen alleen op tegengestelde momenten in.

ABS helpt tijdens het remmen. Wanneer een wiel dreigt te blokkeren, kan het systeem tijdelijk de remdruk verminderen zodat het wiel blijft rollen.

Traction control helpt juist tijdens accelereren. Wanneer het aangedreven achterwiel te veel doorspint, vermindert het systeem het motorkoppel.

Heel simpel gezegd:

SysteemWanneer?Wat probeert het te voorkomen?
ABSRemmenBlokkerend wiel
Traction controlAccelererenTe veel doorspinnend achterwiel

Moderne systemen kunnen veel verder gaan dan deze eenvoudige verdeling, maar voor het begrijpen van de basis is dit het belangrijkste verschil.

Wat is cornering traction control?

Bij eenvoudige traction control wordt voornamelijk gekeken naar wat de wielen doen. Dat werkt goed wanneer de motor rechtop rijdt, maar een motorband heeft in een bocht een ingewikkelder taak. Een deel van de beschikbare grip wordt dan al gebruikt om de motor door de bocht te laten gaan.

Moderne systemen gebruiken daarom vaak informatie van een IMU, een Inertial Measurement Unit. Daarmee kan de elektronica veel beter inschatten hoe de motor beweegt en onder welke hellingshoek hij rijdt.

Ducati gebruikt bij zijn geavanceerde DTC-systemen bijvoorbeeld informatie van de IMU en de hellingshoek om nauwkeuriger te bepalen hoeveel ingrijpen nodig is. KTM beschrijft zijn Cornering MTC eveneens als een systeem dat wielslip samen met andere gegevens gebruikt om de vermogensafgifte te regelen.

Daarom is “traction control” in een specificatielijst tegenwoordig niet altijd genoeg informatie. Een basaal systeem en hellingshoekgevoelige traction control kunnen technisch behoorlijk van elkaar verschillen.

Wat betekenen de verschillende traction-controlstanden?

Op veel motorfietsen kun je kiezen hoe snel of hoe sterk traction control ingrijpt. Een hoge interventiestand is doorgaans voorzichtig en staat weinig slip toe, terwijl een sportievere stand het achterwiel meer vrijheid kan geven voordat de elektronica ingrijpt.

Daar bestaat geen universele nummering voor. Bij de ene fabrikant kan stand 1 de minste interventie betekenen, terwijl een andere fabrikant zijn menu anders opbouwt. Controleer daarom altijd de handleiding van de betreffende motor in plaats van ervan uit te gaan dat een hoger of lager getal overal hetzelfde betekent.

Sommige motoren koppelen de instellingen bovendien aan rijmodi. Een Rain-modus kan bijvoorbeeld een voorzichtige gasrespons combineren met vroeg ingrijpende traction control, terwijl Sport meer slip toestaat.

Yamaha en KTM bieden op verschillende modellen meerdere interventieniveaus, waarbij het systeem afhankelijk van de gekozen instelling een andere hoeveelheid wielslip toestaat.

Merk je wanneer traction control ingrijpt?

Dat hangt sterk af van de motor en de generatie van het systeem. Oudere of eenvoudigere traction control kan behoorlijk duidelijk vermogen wegnemen. Je voelt dan dat de motor even inhoudt of minder hard accelereert.

Moderne systemen kunnen veel subtieler werken. De elektronica kan het motorkoppel in kleine stapjes aanpassen en het vermogen weer opbouwen zodra de situatie dat toelaat. Fabrikanten besteden daarom niet alleen aandacht aan óf het systeem ingrijpt, maar ook aan hoe vloeiend die ingreep verloopt.

Bij rustig rijden op droog asfalt kun je maandenlang rijden zonder traction control bewust te voelen. Op een nat wegdek of bij fors accelereren kan het systeem ineens wel merkbaar worden.

Kan traction control een val voorkomen?

Het kan in bepaalde situaties absoluut helpen, maar het is geen garantie dat je niet kunt vallen.

Traction control kan alleen reageren binnen de mogelijkheden van de motor, banden en ondergrond. Rijd je veel te hard een bocht in, rem je verkeerd of is er vrijwel geen grip meer beschikbaar, dan kan elektronica de natuurkundige grenzen niet opheffen.

Bovendien draait niet ieder verlies van grip om accelereren. Wanneer de voorkant wegglijdt doordat je te hard een bocht instuurt, heeft gewone traction control daar bijvoorbeeld weinig tegen in te brengen.

Zie het daarom als een extra veiligheidslaag, niet als toestemming om meer risico te nemen.

Is traction control nuttig in de regen?

Juist dan kan het systeem veel waarde hebben. Op nat asfalt is de beschikbare grip lager en kunnen verschillen in wegdek veel groter zijn. Een putdeksel, witte belijning of glad stuk asfalt kan in de regen aanzienlijk minder grip bieden dan het omliggende wegdek.

Wanneer het achterwiel bij accelereren plotseling doorspint, kan traction control het motorkoppel zeer snel verminderen. Dat kan voorkomen dat een kleine hoeveelheid wielspin zich ontwikkelt tot een grotere beweging van de achterkant.

Een rustige rechterhand blijft echter de eerste verdedigingslinie. Traction control is een aanvulling op goed rijden, geen vervanging ervan.

Waarom zetten offroadrijders traction control soms uit?

Op onverhard terrein is wielspin niet altijd ongewenst. In zand, modder of los grind kan een rijder juist bewust enige slip aan het achterwiel willen gebruiken om snelheid te houden of de motor te sturen.

Daarom hebben veel allroads een speciale Offroad-stand waarbij traction control meer wielspin toestaat. Sommige systemen kunnen ook helemaal worden uitgeschakeld.

Dat zegt tegelijkertijd waarom je traction control op de openbare weg niet zomaar hoeft uit te zetten omdat een ervaren rijder op YouTube dat ook doet. Wat op een zandpad nuttig is, kan op koud en nat asfalt juist een waardevol elektronisch vangnet weghalen.

Is traction control handig voor beginners?

Voor een beginnende motorrijder vinden wij het een nuttiger hulpsysteem dan allerlei elektronica die vooral prestaties toevoegt. Zeker op een motor met flink wat koppel kan traction control een verkeerd ingeschatte gasreactie minder abrupt maken.

Dat betekent niet dat je ermee moet leren om gedachteloos het gas open te trekken. Gascontrole blijft een van de basisvaardigheden van motorrijden en ook met traction control kun je de beschikbare grip overschrijden.

Het prettige is juist dat het systeem meestal op de achtergrond blijft. Je rijdt zelf, doseert zelf het gas en kiest zelf je lijn. Alleen wanneer het achterwiel meer begint te slippen dan de elektronica verstandig vindt, kan het motorkoppel tijdelijk worden begrensd.

Heb je traction control echt nodig?

Op een lichte motor met bescheiden vermogen en goede banden kun je prima zonder. Motorrijders hebben dat decennialang gedaan en veel eenvoudige motoren rijden nog steeds zonder geavanceerde elektronische hulpsystemen rond.

Toch is traction control een van de technieken waarvan de praktische waarde gemakkelijk uit te leggen is. Juist omdat grip niet alleen afhankelijk is van vermogen, maar ook van banden, temperatuur, wegdek, regen en hellingshoek, kan een situatie onverwacht veranderen.

Daarom zouden wij traction control bij de keuze tussen twee verder vergelijkbare moderne motoren als een serieus pluspunt zien, zeker voor dagelijks straatgebruik. Een goed systeem bemoeit zich nauwelijks met je wanneer alles goed gaat en kan ingrijpen op precies het moment waarop het achterwiel meer vermogen krijgt dan het beschikbare gripniveau aankan.

Dat is uiteindelijk wat traction control doet: niet méér grip creëren, maar proberen te voorkomen dat je meer van de achterband vraagt dan hij op dat moment kan leveren.

Gerelateerde artikelen