RideM /raɪd əm/ helpt motorrijders met onafhankelijke informatie, achtergrond en praktische antwoorden op de vragen die ertoe doen.

Jack Miller verlaat MotoGP: 8 kleurrijke coureurs die we nog altijd missen

Jack Miller verdwijnt na 2026 uit MotoGP. Van Barry Sheene tot Valentino Rossi: acht kleurrijke coureurs die de paddock onvergetelijk maakten.

Yamaha en Jack Miller gaan na dit seizoen uit elkaar en daarmee lijkt ook een einde te komen aan twaalf seizoenen Jack Miller in de MotoGP. Waar de Australiër in 2027 terechtkomt is nog niet officieel bevestigd, maar alles wijst richting het WK Superbike. Jammer. Niet alleen omdat Miller op zijn beste dagen ontzettend hard kon gaan, maar vooral omdat de MotoGP-paddock weer een karakter armer wordt.

Wij keken graag naar Jack Miller. Ook in weekenden waarin hij niet voor het podium reed. Dat snorretje, die onmiskenbaar Australische uitstraling, de shoeys, zijn weinig gepolijste interviews en de filmpjes waarin het allemaal net iets minder serieus leek dan bij de gemiddelde topsporter. Miller groeide op op een boerderij, reed eerst in het zand en heeft binnen de paddock al jaren de reputatie van grappenmaker. MotoGP zelf omschreef zijn ‘antics, mischief and shoeys’ ooit zelfs als vaste onderdelen van zijn reputatie. Miller vatte zijn populariteit later eigenlijk nog beter samen: hij vond zichzelf gewoon een kerel die menselijke emoties liet zien in een wereld waarin veel rijders nogal robotachtig kunnen overkomen.

Dat maakt zijn vertrek een mooie aanleiding voor een lijstje. Niet met de beste MotoGP-coureurs aller tijden, maar met de kleurrijkste karakters uit de koningsklasse. We nemen daarbij ook het 500cc-tijdperk mee, want anders zouden we een paar mannen overslaan die tegenwoordig waarschijnlijk al na drie raceweekenden door iedere perschef ter wereld naar mediatraining waren gestuurd.

8. Cal Crutchlow

Cal Crutchlow heeft in 2026 nog even aan MotoGP geroken als invaller, maar zijn jaren als vaste Grand Prix-coureur liggen inmiddels achter ons. En wat missen we vooral? De interviews.

Bij sommige coureurs wist je ongeveer wat er na een slechte training zou komen. We need to analyse the data, improve some areas and try again tomorrow. Bij Crutchlow kon het alle kanten op. Hij kon zijn motor afbranden, zichzelf afbranden, een collega op de hak nemen en ondertussen alsnog precies uitleggen waarom hij langzaam was.

Dat doet hij trouwens nog steeds. Toen hij in 2022 tijdelijk terugkeerde in MotoGP begon hij zijn eerste interview met de grap dat hij boos was op Andrea Dovizioso omdat die hem door zijn vertrek had gedwongen terug te komen. In 2026 verscheen hij op sociale media in een gammel bootje om de vakantiefoto’s van MotoGP-coureurs op luxe jachten te parodiëren.

7. Colin Edwards

Wie alleen de MotoGP-statistieken van Colin Edwards bekijkt, begrijpt niet helemaal waarom hij zo geliefd was. De tweevoudig wereldkampioen Superbike reed 196 MotoGP-races, stond twaalf keer op het podium en won er geen één. Wél bijna de TT, maar daar viel -ie in 2006 in de allerlaatste bocht van z’n motor…

De Texas Tornado was precies wat die omschrijving doet vermoeden: een Texaan die eruitzag en praatte alsof hij vijf minuten eerder van een barbecue was weggelopen om toevallig ook even op een MotoGP-motor te stappen. Politiek correcte antwoorden waren niet zijn specialiteit. Toen Edwards na zijn carrière televisie ging maken, grapte hij dat zijn grootste uitdaging vooral was om geen vierletterwoorden te gebruiken.

Miller zit een beetje in dezelfde categorie. Niet moeilijk doen omdat er een camera aanstaat, maar gewoon praten zoals je ook zou praten wanneer die camera er niet stond.

6. Kevin Schwantz

Kevin Schwantz moet in deze lijst omdat ‘kleur’ niet alleen buiten de baan ontstaat. Soms rijdt iemand alsof een motorfiets helemaal niet bedoeld is om met beide wielen netjes dezelfde richting op te gaan.

MotoGP omschrijft de Amerikaan zelf als een coureur met een ‘flamboyant all-action riding style’ en een neiging tot spectaculaire crashes. Schwantz zei later dat hij bij het remmen gewoon het achterwiel blokkeerde en de motor hoppend en stuiterend de bocht in stuurde, omdat hij dacht dat dit nu eenmaal was hoe je moest racen.

Dat leverde 25 GP-zeges en de 500cc-wereldtitel van 1993 op, maar vooral ontelbaar veel beelden waarop de Suzuki met nummer 34 eruitziet alsof hij ieder moment uit elkaar kan vallen. Schwantz was geen grappenmaker van het niveau Miller, maar zodra hij zijn helm opzette was hij minstens zo herkenbaar.

5. Marco Lucchinelli

Dit is zo’n naam waarvan we vrij zeker zijn dat ie de lijstjes van jonge lezers ontbreekt! Maar Marco Lucchinelli zou in de MotoGP van nu een complete communicatiedienst overspannen maken.

De Italiaan werd niet voor niets Crazy Horse genoemd. Lang haar, sigaret in de hand, grappen maken op de startgrid, een behoorlijk wilde rijstijl en leven alsof de volgende race nog heel ver weg was. Het mooie is dat Lucchinelli ondertussen ook gewoon verschrikkelijk hard kon rijden. In 1981 werd hij op Suzuki 500cc-wereldkampioen door onder anderen Kenny Roberts, Randy Mamola en Barry Sheene te verslaan.

De vergelijking met moderne MotoGP-coureurs gaat eigenlijk nauwelijks meer op. Tegenwoordig zijn training, voeding, herstel, data en mediaverplichtingen onderdeel van één groot professioneel programma. Lucchinelli kwam uit een tijd waarin een Grand Prix-paddock soms meer op een reizend circus leek. Voor dit lijstje is dat eerder een aanbeveling dan een bezwaar.

4. Randy Mamola

Randy Mamola werd nooit wereldkampioen. Vier keer werd hij tweede in het 500cc-WK, hij won dertien Grands Prix en stond 57 keer op het podium. Toch werd hij uiteindelijk MotoGP Legend. Dat zegt genoeg.

Mamola begreep bovendien vroeg iets waar Valentino Rossi later een kunstvorm van zou maken: het publiek komt niet uitsluitend voor de rondetijden. Hij groeide bewust uit tot showman, maakte contact met fans, haalde grappen uit en gaf na de finish net zo makkelijk nog een voorstelling.

Mamola vertelde later dat hij die houding juist van andere kleurrijke paddockfiguren had geleerd. Coureurs waren volgens hem niet alleen racers, maar voor het publiek ook entertainers. Daar valt weinig tegenin te brengen.

3. Marco Simoncelli

De enorme bos haar hielp natuurlijk. Zelfs in een volle paddock hoefde je nooit te vragen waar Marco Simoncelli liep. Maar als Super Sic alleen dat kapsel had gehad, zou hij bijna vijftien jaar na zijn overlijden niet nog steeds zo geliefd zijn.

Simoncelli reed zoals hij praatte: zonder veel omwegen. Hij was agressief op de motor, niet bang om zijn mening te geven en leek zich weinig aan te trekken van het keurige plaatje dat normaal gesproken bij een fabriekscoureur hoort. MotoGP herinnert hem niet voor niets om zijn charisma, talent én rijstijl. Mensen uit zijn omgeving omschreven hem later vooral als iemand die precies was zoals hij zich voordeed: geen zorgvuldig geconstrueerd imago, maar gewoon Marco.

Zijn carrière en leven eindigden in 2011 veel te vroeg in Sepang. Wat resteert zijn een 250cc-wereldtitel, een korte maar spectaculaire MotoGP-carrière en de herinnering aan een persoonlijkheid die onmogelijk inwisselbaar was.

2. Valentino Rossi

Eigenlijk kun je over kleurrijke MotoGP-coureurs geen lijst maken zonder dat Valentino Rossi automatisch ergens bovenaan verschijnt. Rossi maakte van een overwinning iets waarvoor je na de finish óók nog moest blijven kijken.

Er waren verkleedpartijen, speciale helmen, toneelstukjes langs de baan en complete producties met zijn vrienden. Toen hij in 2005 zijn zevende wereldtitel pakte, verschenen Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Voor Mugello werd ieder jaar weer afgewacht wat er nu op zijn helm zou staan. Eerder had Rossi voor zijn thuisrace zelfs een complete Hawaii-act bedacht, waarna zijn leren pak, motor, pitcrew en een plastic zwembad met palmboom in hetzelfde thema verschenen.

Het knappe was dat het zelden geforceerd voelde. Rossi kon het zich bovendien permitteren omdat hij vervolgens meestal ook gewoon iedereen zoek reed. Daarmee veranderde hij niet alleen de manier waarop MotoGP-coureurs zich presenteerden, maar ook wat fans van een ster verwachtten.

Toch staat hij bij ons niet op één.

1. Barry Sheene

Als Jack Miller in een andere generatie was geboren, had hij Barry Sheene waarschijnlijk uitstekend begrepen.

Sheene was tweevoudig 500cc-wereldkampioen, maar zijn beroemdheid ging veel verder dan die twee titels. Hij had een Donald Duck op zijn helm omdat hij wilde opvallen, droeg zijn kenmerkende nummer 7 en liet een gat in het kinstuk van zijn integraalhelm boren zodat hij op de startgrid nog een sigaret kon roken. Voor grote Britse races kwam hij soms mét helm en sigaret op de grid aanlopen, waarna hij demonstratief de banden en tandwielkeuzes van zijn tegenstanders inspecteerde om alvast wat twijfel te zaaien.

Buiten de baan was hij minstens zo groot. Sheene was geestig, uitgesproken, verscheen in reclames en talkshows en groeide uit tot een beroemdheid ver buiten de motorsport. The Guardian noemde hem na zijn overlijden niet voor niets de eerste echte superster van de motorsport op twee wielen.

Rossi maakte later een grotere show en won veel meer, maar Sheene is voor ons het prototype. De coureur die begreep dat je niet hoeft te kiezen tussen bloedserieus racen en een persoonlijkheid hebben.

Daarom gaan we Jack Miller missen

Jack Miller hoort qua prestaties niet in hetzelfde rijtje als Rossi, Schwantz of Sheene. Vier MotoGP-zeges en 23 podiumplaatsen zijn mooi, maar maken je niet automatisch een legende. Zijn eerste zege, in de verregende Dutch TT van 2016, blijft daarbij waarschijnlijk het moment dat we het eerst met hem zullen associëren.

Maar daar gaat dit lijstje juist niet over. Miller kon dertiende worden en na afloop alsnog een interview geven dat leuker was dan dat van de winnaar. Hij kon een shoey doen, een collega achterop meenemen als ‘Miller Taxi’, iets roepen waarvan je wist dat een perschef er nét iets minder enthousiast over was en vervolgens thuis weer op een crossmotor stappen alsof die hele MotoGP-wereld maar een merkwaardige bijbaan was.

Dat soort coureurs kun je niet ontwikkelen in een talentenprogramma. Ze zijn er, of ze zijn er niet. En aan het einde van 2026 is de MotoGP er waarschijnlijk weer eentje kwijt.

Gerelateerde artikelen