Een A1-motor mag maximaal 11 kW leveren, omgerekend ongeveer 15 pk. De Stark VARG SM haalt maximaal 80 pk en mag toch gewoon met een A1-rijbewijs worden gereden.
Dat is geen fout op het kenteken en ook geen illegale softwaretruc. De verklaring zit in de manier waarop het vermogen van elektrische motorfietsen wordt gemeten.
De nieuwe Stark VARG SM Sköll maakte dat gisteren weer mooi zichtbaar. Stark geeft voor deze elektrische supermoto maximaal 80 pk op, terwijl hij voor A1 is gehomologeerd. In dat artikel legden we de reden al kort uit; hier doen we het iets rustiger en vooral simpeler.
Bij benzine telt het hoogste vermogen
Bij een benzinemotor kijkt de regelgeving naar het maximale nettovermogen. Dat klinkt technisch, maar betekent in de praktijk gewoon: hoeveel vermogen kan de motor maximaal leveren?
Een A1-motor met benzinemotor mag daarbij niet boven 11 kW uitkomen. Een benzinemotor die echt 80 pk levert, ongeveer 58,8 kW, valt dus direct buiten A1.
Voor elektrische motorfietsen wordt een ander begrip gebruikt: het maximale continue nominale vermogen.
Bij elektrisch telt wat hij langere tijd kan volhouden
Ook dat begrip klinkt ingewikkelder dan het is. Vrij vertaald gaat het om het vermogen dat de elektrische aandrijving langere tijd kan volhouden. Voor de officiële bepaling daarvan wordt een voorgeschreven test over dertig minuten gebruikt; het korte piekvermogen staat daar los van.
Een elektromotor kan daardoor tijdelijk veel sterker zijn dan het vermogen waarmee hij voor de voertuigcategorie wordt ingedeeld. Bij de Stark VARG SM is dat verschil uitzonderlijk groot.
| A1-benzinemotor | Stark VARG SM | |
|---|---|---|
| Hoogste vermogen | max. 11 kW / ca. 15 pk | ca. 58,8 kW / 80 pk |
| Vermogen dat voor A1 telt | hoogste vermogen | continuvermogen |
| Continuvermogen Stark | – | 9 kW |
| A1 toegestaan | Ja | Ja |
De Stark kan kortstondig ongeveer 58,8 kW leveren, maar het continuvermogen waarmee hij voor de homologatie wordt beoordeeld bedraagt 9 kW. Daarmee blijft hij onder de A1-grens van 11 kW.
De accu laat goed zien waarom dat verschil zo groot is
De VARG SM heeft een accu van 7,2 kWh. Wie een half uur onafgebroken 58,8 kW wil leveren, heeft theoretisch 29,4 kWh energie nodig. De Stark heeft nog geen kwart daarvan aan boord.
Zelfs als we elektrische verliezen volledig negeren, bevat de accu genoeg energie voor ongeveer zeven minuten op 58,8 kW. Voor een half uur op 9 kW is 4,5 kWh nodig en dat past wél binnen de 7,2 kWh van de accu.
Daar komen ook thermische grenzen bij kijken. Een elektromotor, accu en omvormer kunnen kort veel vermogen leveren zonder datzelfde niveau een half uur vol te houden.
Daarom kunnen 9 kW en 80 pk allebei kloppen
Voor de homologatie draait het bij de Stark om die 9 kW continuvermogen, terwijl de rijder tijdens een harde acceleratie tijdelijk veel meer tot zijn beschikking kan hebben. Stark vermeldt zelf dat de VARG SM zowel in de 60- als 80-pk-uitvoering aan de A1-eisen voldoet.
Zo krijg je een situatie die bij een gewone 125 bijna ondenkbaar is: juridisch hoort de Stark bij A1, terwijl hij bij korte acceleraties veel meer vermogen kan leveren dan de ongeveer 15 pk waarmee die rijbewijscategorie normaal wordt geassocieerd.
Het verschil zit in wat er wordt gemeten. Bij benzine telt het hoogste vermogen, bij elektrisch het vermogen dat de aandrijving langere tijd kan volhouden.